Nieuwsflits Omgevingsrecht juli en augustus 2026

mr. F. (Femke) van der Heijden

31 - 08 - 2026

 

Heeft het college nog belang in (hoger) beroep als de onderliggende aanvraag is ingetrokken?

In beginsel heeft een bestuursorgaan – vanwege de precedentwerking die ervan uitgaat – belang bij de beoordeling van een hoger beroep over de uitleg van een planregel als de rechtbank een besluit geheel of gedeeltelijk vernietigt. In de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus jl. komt de Raad van State echter tot het oordeel dat het college toch geen procesbelang (meer) heeft. 

Eerst even een korte beschrijving van de situatie. Het college verleende een omgevingsvergunning voor de bouw van 22 bedrijfsunits. Daartegen werd beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat het college een onjuiste uitleg aan een regel in het bestemmingsplan had gegeven, verklaarde het beroep gegrond en herriep het besluit op de aanvraag. Als gevolg van de uitspraak van de rechtbank moest het college een nieuw besluit op de aanvraag nemen. Tegen de uitspraak van de rechtbank stelde het college hoger beroep in bij de Raad van State. Na de uitspraak van de rechtbank trok de aanvrager echter zijn aanvraag in omdat de grond waarop de aanvraag betrekking had, werd verkocht en geleverd aan de gemeente. 

Er lag tijdens de hoger beroepsprocedure bij de Raad van State dus niet langer een aanvraag voor waarop het college een nieuw besluit moest nemen. Die omstandigheid acht de Raad van State van belang om het hoger beroep van het college niet-ontvankelijk te verklaren. Volgens de uitspraak zijn de volgende, specifieke overwegingen daarbij van belang:

  • het college heeft geen reëel en actueel belang meer bij een beoordeling van zijn hoger beroep over de uitleg van de planregel omdat geen sprake meer is van een aanvraag; 
  • de gemeente is niet van plan om het perceel nog voor de vestiging van bedrijven te gaan gebruiken;
  • elders in de gemeente is ook geen sprake van een procedure waarbij toetsing aan deze planregel aan de orde is; 
  • het college is niet afhankelijk van een oordeel van de Raad van State over de uitleg van de planregel omdat hij ruimte heeft om bij de beoordeling van toekomstige aanvragen af te wijken van het bestemmingsplan/omgevingsplan of de raad voor te stellen de planregel aan te passen; en
  • niet aannemelijk is dat een beslissing van de Raad van State van belang is voor een binnen afzienbare tijd door het college met voldoende concreetheid vast te stellen besluit.  

De Raad van State heeft de ontvankelijkheid van het college overigens ambtshalve beoordeeld. Dat betekent dat andere partijen geen beroep op de niet-ontvankelijkheid van het college hebben gedaan. De Raad van State moet altijd zelf beoordelen of een partij die hoger beroep instelt procesbelang heeft en dus ontvankelijk is. 

Het is een duidelijke uitspraak die handvatten biedt voor de praktijk.

Kan een e-mail met bezwaren als een bezwaar- of beroepschrift tegen een besluit worden aangemerkt?

De Raad van State oordeelt in de uitspraak van 22 juli jl. dat een e-mail van een bewoner als een (prematuur) beroepschrift moet worden aangemerkt.

Wat was er aan de hand? Een bewoner is het niet eens met het besluit een bovengrondse wijkcontainer voor glas en een ondergrondse wijkcontainer voor papier tegenover zijn woning te plaatsen. Circa 10 maanden na het besluit worden de containers geplaatst. Direct na de feitelijke plaatsing van de containers stuurt de bewoner een e-mail aan de gemeente waarin hij zijn bezwaren tegen de plaatsing van de containers uit. Die e-mail wordt door de gemeente aangemerkt als klachten over de openbare ruimte. Op dat moment had de gemeente het besluit nog niet bekendgemaakt. Pas 4,5 maand later maakt de gemeente het besluit tot plaatsing van de containers bekend. Pas weer 11 maanden later maakt de bewoner formeel bezwaar tegen het besluit tot plaatsing. 

Tegen het besluit had geen bezwaar moeten worden gemaakt maar beroep moeten worden ingesteld. Het college stuurt het bezwaarschrift daarom door naar de Raad van State ter behandeling als beroep. In beroep voert het college aan dat het bezwaarschrift (behandeld als beroepschrift) te laat is ingediend zodat de bewoner niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

De Raad van State denkt daar anders over. Vast staat dat ten tijde van het sturen van de e-mail door de bewoner het besluit al wel was genomen maar nog niet op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt, zodat de beroepstermijn nog niet was aangevangen. In de Algemene wet bestuursrecht is geregeld dat een bezwaar- of beroepschrift dat is ingediend voor het begin van de termijn ontvankelijk is als het besluit al wel tot stand was gekomen of als het nog niet tot stand was gekomen maar de indiener redelijkerwijs kon menen dat dat wel zo was.

In dit geval was het besluit al genomen op het moment dat de bewoner zijn e-mail met bezwaren stuurde. De Raad van State oordeelt dan ook dat het college de e-mail als een voortijd ingesteld beroepschrift had moeten aanmerken en door had moeten sturen aan de Raad van State. Het beroep wordt daarom ontvankelijk geacht.

Deze uitspraak laat goed zien dat een bestuursorgaan zich bij elke vorm van communicatie met burgers met daarin opgenomen bezwaren moet afvragen of sprake is van een bezwaar- of beroepschrift.

Indien u naar aanleiding van deze nieuwsflits of anderszins vragen en/of opmerkingen heeft, dan kunt u zich wenden tot mr. Femke van der Heijden op telefoonnummer 020 – 305 83 83.

Cliënten reviews