Opschorting beslistermijn aanvraag omgevingsvergunning 

mr. F. (Femke) van der Heijden

28 - 02 - 2025

 

In de praktijk wordt veel gebruik gemaakt van het opschorten van de beslistermijn van een aanvraag om omgevingsvergunning. In deze nieuwsflits informeer ik u over twee recente uitspraken van de hoogste bestuursrechter over opschorting.

Het komt vaak voor dat de beslistermijn van een aanvraag om omgevingsvergunning ook na het verzoeken van nadere gegevens én een verlenging van de beslistermijn nog moet worden opgeschort omdat niet binnen de wettelijke termijn een besluit op de aanvraag kan worden genomen. De grondslag daarvoor is artikel 4:15 lid 2 Awb. In dat artikel is bepaald dat voor een dergelijke opschorting schriftelijke instemming van de aanvrager vereist is. 

In de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 15 januari jl. komt de vraag aan de orde of aan die eis is voldaan nu de aanvrager niet voor het einde van de beslistermijn schriftelijk had ingestemd met de opschorting. Het college gaf in dat verband aan dat het verloop van de procedure steeds in overleg met de (inmiddels) vergunninghouder had plaatsgevonden en dat de vergunninghouder kon instemmen met de opschorting. De rechter gaat daar niet in mee. De hoogste bestuursrechter oordeelde eerder immers al dat de aanvrager schriftelijk moet instemmen met een opschorting en wel vóórdat de lopende beslistermijn afloopt.

Interessant in deze uitspraak is ook dat de rechter oordeelt dat niet alleen de aanvrager maar ook andere belanghebbenden (zoals bezwaarmakers tegen een inmiddels verleende omgevingsvergunning) zich op artikel 4:15 lid 2 Awb mogen beroepen. De rechter leidt dit af uit de parlementaire geschiedenis van de bepaling.

Graag wijs ik u ook op een andere recente, interessante uitspraak van de hoogste bestuursrechter over artikel 4:15 Awb. In een uitspraak van 19 februari jl. ging het over de vraag tot wanneer de opschorting loopt indien het college nadere gegevens op grond van artikel 4:15 lid 1 Awb vraagt. Het college was van mening dat niet alle gevraagde, nadere gegevens waren ingediend en dat was afgesproken nog een nader parkeeronderzoek af te wachten. Het college had de vergunning uiteindelijk geweigerd. Volgens de aanvrager waren na het verzoek wel voldoende gegevens verstrekt waardoor de beslistermijn weer was gaan lopen. Die beslistermijn was niet opnieuw opgeschort vanwege het wachten op het nadere parkeeronderzoek. Omdat niet binnen de beslistermijn een besluit op de aanvraag was genomen, was de aanvraag volgens de aanvrager van rechtswege ontstaan en had de aanvraag niet geweigerd mogen worden.

De rechter geeft de aanvrager gelijk. Na het verzoek om informatie heeft de aanvrager de gevraagde aanvullende informatie verstrekt. Dat op basis van die nadere gegevens de aangevraagde omgevingsvergunning niet verleend kon worden en afgesproken was een nader parkeeronderzoek af te wachten, laat volgens de rechter onverlet dat de beslistermijn na het verstrekken van de nadere gegevens weer was gaan lopen en binnen die termijn een besluit op de aanvraag moest worden genomen. Nu de aanvraag pas na het verstrijken van de beslistermijn was geweigerd, was het college niet meer bevoegd de aanvraag te weigeren omdat al een vergunning van rechtswege was ontstaan. 

Volledigheidshalve wijs ik u erop dat op grond van het nieuwe recht (de Omgevingswet) geen vergunning van rechtswege meer kan ontstaan. Zoals ook uit deze uitspraak blijkt, kan na het vervallen van de Wabo per 1 januari 2024 nog wel in rechte aanspraak worden gemaakt op een vergunning die reeds voor 1 januari 2024 van rechtswege is ontstaan.

Cliënten reviews